home
HUMANOSOFIE
IDEE VOOR GEMEENSCHAPSZIN
Mensen hebben IETS nodig om
in te geloven,
om voor te leven, m.a.w,
om hun leven ZIN te geven
DEEL
III
UITEENZETTING
VAN HET IDEE
In DEEL I heb ik het ‘economisch mechanisme’ geschetst, de economische situatie waarin
wij, westerse mensen, van het collectivistische monotheïsme los gekomen
zijn. Bevrijd zijn, moet ik zeggen: het is weinigen gegeven om op puur eigen
kracht uit een maatschappelijke ordening los te komen. De vrije markt,
een complex geheel van bedrijvigheid en ondernemersinitiatie dat vanaf de
zestiger jaren met de televisie een aanjager van jewelste kreeg, is als
een warme wind die de permafrost van een klassenmaatschappij ontdooit en ‘alle
oude vormen en gedachten doet wijken’.
Inmiddels leven wij, westerse mensen (dat moet ik
er wel telkens bij zeggen, want voor gelovige moslims geldt dit niet) in een
Verhaalloze samenleving. Dat gaat niet goed want daar zijn we niet op
‘gebouwd’. We zitten dringend om een nieuw basisverhaal verlegen al beseffen de
meeste mensen dat niet.
In DEEL II heb ik geschetst hoe we op een gedeeld
basisverhaal ‘gebouwd’ geraakt zijn. Onze voorouders hebben hun wereld en
samenleven altijd beleefd binnen het kader van het Scheppingsverhaal van hun
wereld. Deze beleving is als het religieuze
gevoel een overerfelijke neiging waarmee we nog steeds ter wereld komen.
Dorothee Sölle noemde ons ‘ongeneeslijk religieus’; dat was de spijker op z’n
kop ook al had ze er natuurlijk geen Verhaal bij, dus geen ‘onderbouwing’. Die
hebt u nu wel.
In DEEL III nu ga ik u het scenario voorleggen
volgens hetwelk we aan deze ‘onnatuurlijke’ toestand (Verhaalloos moeten samen
leven) een einde kunnen maken. We kunnen ons van een Westers en op de vrije
markt-samenleving toegesneden basisverhaal gaan voorzien, en ons leven en
samenleven weer ZIN–vol maken.
Het is niet zo dat dit nieuwe Verhaal de oude
christelijke, joodse, islamitische, hindoeïstische en weet ik veel nog meer
–ische Grote Verhalen kan verdringen. Net zo min als dat je iemand kunt bekeren[1]
kun je een geloof verdringen; het kan door een regime verboden worden, maar dan
gaat het ondergronds[2].
Zo’n oekaze is een regelrechte mensenrechtenschending. Zelfs het overwegen
getuigt al van gebrek aan respect voor iemand anders’ overtuiging.
Het nieuwe basisverhaal heeft dat ook niet nodig.
Het hoeft er alleen maar te zijn, hoeft maar op de markt gebracht te
worden, want er is een gat in de markt.
Het is de doorwerking van de vrije markt die oude vormen en
gedachten doet vervagen.
Om het Idee voor het nieuwe basisverhaal goed in te
bedden, eerst wat meer bespiegeling over het oude dat aan het ‘verdampen’ is.
het
monotheïstische Grote Verhaal
Hoe en wat mensen denken en hoe ze samenleven is
ten nauwste verbonden met de manier waarop ze aan de kost komen. It’s
the economy, stupid[3].
Dat gold al voor de
VJ’s, en het geldt tot op de dag van vandaag. Het is de vrije markt-economie
die het monotheïstische collectivisme laat verdampen en het waren
de economische veranderingen tussen 1000 en 500 vC in het Midden-Oosten die ten
grondslag lagen aan het ontstaan ervan.
Het Grote Verhaal van alle VJ-stammen ter
(dunbevolkte en soms uiterst dun[4]
bevolkte) wereld draaide rond hun Grote Voorouder, de Schepper van hun
stamgebied. Rond de proto-God, Wiens geboorte ik in DEEL II geschetst heb. Als
een product van hun talig geworden bewustzijn. Ze kwamen steeds meer in
een woordenwereld te leven en konden deze alleen op orde houden binnen
hun Scheppingsverhaal.
Vanaf 10.000 jg gingen veel populaties, na een
overgangsfase van Tuinbouw (die, vermoed ik, al wel 20.000 jg hier en daar
aarzelend is begonnen) over op akkerbouw en veeteelt, en op sedentair
dorpsleven. Ze waren niet langer VJ’s, ze waren AGR’s (boeren) geworden – en
dat is heel ander volk.
Het VJ-totemisme maakte bij hen plaats voor animisme:
het geloof dat alle dingen een ziel hebben net als de mensen, en dat de
dingen die gebeuren worden gestuurd door geesten die je met offers[5]
gunstig moet zien te stemmen.
De zorg voor het plantaardige voedsel was altijd
vrouwenwerk geweest. De Tuinbouw en de vroege Akkerbouw was vrouwenwerk – de
mannen bleven aanvankelijk gewoon jagen.
dit
beeldje is de zg “Venus van Laussel” en het is al 20.000 jaar oud
De vrouwen achtten zich voor de opbrengst van hun
inspanningen afhankelijk van de goedertierenheid van de aarde. Dus werd de
grond, als Grote Moeder (Aarde), de centrale Figuur van hun sjamanistische
bezweringen. Ze beeldden haar af met de bekende vrouwenbeeldjes (figurines noemen
de paleo’s ze). Maar hun overige totemistische voorouderFiguren hadden
daar niet onder te lijden. De jagende mannen bleven bidden (in gebarentaal!)
tot hun jachttotems en hadden hun eigen jachtreligie en hun initiatierituelen,
waar de grottenschilderingen blijvende getuigen van zijn.
De jacht leverde steeds minder op, en dus gingen de
mannen de vrouwen mee helpen. De uitvinding van de ploeg en de domesticatie van
het oerrund bewijzen het: het ploegen met ossen vergt mannenkracht. En toen ze
ook nog het pottenbaksterswiel waren gaan gebruiken voor karren, en daar ossen
voor spanden, waren de mannen definitief boeren geworden. De
vruchtbaarheidsrituelen zijn nog lang vrouwenrituelen gebleven: de opbrengst
van de landbouw is altijd zo hachelijk dat je daar niet gauw aan gaat morrelen.
De mannen hebben de aanbidding van de Stier – kennen we uit de bijbel als het
‘gouden kalf’ van Aaron – als mannelijke component in de religie ingebracht.
Maar al gauw moest er weer oorlog gevoerd worden.
Dat kwam van drie kanten. [Allemaal cultuurgeschiedenis, dus ik jaag er
versneld doorheen.]
Dorpen kwamen met elkaar in de clinch om
waterrechten of landbouwgronden. De aanvoerder van het winnende dorp – het dorp
met de meeste vechterbazen! – werd, naarmate er vaker oorlog moest worden
gevoerd, krijgsheer.
De handel was een opkomende bron van rijkdom, en de
beheersing van grondstoffenvindplaatsen en van handelswegen werd een
oorlogsfactor.
Een derde oorzaak kwam van de veehoudende nomadenpopulaties
benoorden de Zwarte en de Kaspische Zee. Toen die 3500 vC over snelle paarden
kwamen te beschikken, overvielen die de weerloze boerengemeenschappen en roof
werd hun manier van leven.
Vooral in tijden van aanhoudende droogte raakte de
hele boel op drift en was oorlog aan de orde van de dag. De stenen
oorlogsbijlen en speerpunten werden van koper, van brons en ten slotte van
ijzer: de tijdperken zijn er naar genoemd.
Krijgsheren en hun trawanten (tot ‘edelen’
gepromoveerd) onderwierpen steeds meer dorpsgemeenschappen en boerenstammen en
werden koningen. In een nieuw koninkrijk brachten de overwonnen stammen
(althans de overlevenden) hun eigen goden mee, maar de hoofdgod was natuurlijk
de overwinnende krijgsgod van de stam van de krijgsheer/koning. Het polytheïsme
is dus de vrucht van met oorlogsgeweld samengevoegde boerenstammen. De totemistische
herkomst van die Grote Voorouder-figuren, meestal dierenfiguren, is nog goed te
zien in het veelgodendom van de Egyptenaren.
Elk rijksverband streefde natuurlijk naar
eenheidsreligie. Maar de stammen hielden zoveel mogelijk aan hun vooroudergoden
vast. Nergens is het monotheïsme zonder strijd ingevoerd. Van Karel de Grote is
bekend dat hij de Saksen te vuur en te zwaard heeft gekerstend. Ook Mohammed ontpopte
zich in Medina als krijgsheer en in navolging van hem veroverden kaliefen een
heel Mohammedaans rijk bij elkaar. De zachtmoedige Jezus was geen vrede komen
brengen maar het zwaard. De bijbelse god is een bloeddorstige krijgsgod.
Het is in dit zogeheten IJzeren tijdperk dat de
meeste en ergste gruweldaden uit de geschiedenis zijn gepleegd; het dieptepunt
van de frustratie van onze zo vreedzame VJ-natuur. Al die grote
veroveringsexpedities waarmee krijgsheren de vorming van hun rijk mee begonnen,
werden bekostigd en gevoed met plundering, verkrachting, moord en brand en alle
denkbare verwoesting en schending van boerenhoeven, dorpen en steden die het
ongeluk hadden, op hun weg te liggen.
Ook de veehoudende nomaden kwamen over ijzeren
wapens te beschikken. Ze werden gewilde huursoldaten voor de tot
legeraanvoerders/koningen geworden krijgsheren, en bij gelegenheid ontpopten
zich ook onder hén legeraanvoerende krijgsheren en veroveraars. De favoriete
goden van de krijgsheren waren natuurlijk hun oorlogsgoden, niet hun vreedzame
oppergoden. Stam na stam werd ingelijfd binnen het rijk van een
opperkrijgsheer; hun stamgoden (Grote Voorouders) werden ingelijfd in het
pantheon van het rijk waarin de krijgsgod van de opperkrijgsheer Oppergod werd.
De hele bekende mensheid was een onwerkbare
puinhoop aan het worden waarvan de rook de lijkenlucht niet meer vermocht te
verdrijven. De aardige VJ-natuur raakte geheel verloren in de
zedenverwildering van de AGR-mentaliteit. Er moest een Omslag komen, en die
kwam er ook.
Want niet alle priesters legden zich neer bij het
ge-offer aan de oorlogsgod van hun stam. Zijn aangeboren VJ-natuur gaf menig
priester in om de vreedzame oppergod uit hun pantheon te bezingen. Trouwens,
alle diepe denkers uit de vroege geschiedenis, van monotheïsme zowel als van
hindoeïsme, hebben altijd al voorbijgedacht aan de vele goden van hun
rijksreligie en geweten dat er één oergod moest zijn, één die geen menselijke
trekken vertoonde (die dus niet afgebeeld kon worden) en die zich aan het kleine
menselijke verstand onttrok. Dat is in wezen de figuur van de Grote Voorouder,
de Schepper van onze woordenwereld, overerfelijk in ieder van ons voortlevend
als IETS, en die in diepste wezen een groep is. De sjamanen die zich, tot
heling van hun menselijke verscheurdheid, onder trommmel- en andere muziek in trance
dansten tot ze er bij neervielen, zochten de heling niet bij een bepaalde
god maar bij dat oergevoel van toen de mensen nog niet opgesloten waren geraakt
in de woordenwereld maar nog half in het onbekommerde hier-en-nu van de
dierenwereld leefden. Ik heb er in Deel II al melding van gemaakt, in het
paragraafje ‘tobbende apen’.
Let wel: het is geen esoterische zweverigheid wat
ik hier debiteer. Het behoort tot de menselijke natuur. In de natuur, die
keihard is en geen mededogen kent, wordt niet gezweefd. Maar mensen zijn talige
wezens, levend in een woordenwereld. Dat is een ‘virtuele’ wereld,
een wereld van benoemde dingen, door mij gekarakteriseerd als een
bordpapieren zoldertje waarop wij menen te leven. Mensen zweven dus wél. Ik heb
niets op met metafysica, maar als ik dit allemaal bedenk moet ik er toch een
beetje aan geloven.
Eén van die priesters, die de vreedzaamheid van het
VJ-bestaan wilden terugbrengen, kennen we bij naam: Zarathustra. Zijn zangen,
over de Ene Ware Hoofdgod Ahura Mazda, werden heel lang alleen mondeling
overgeleverd en pas in de derde eeuw AD te boek gesteld. Steeds meer mensen
voelden behoefte om van die verderfelijke oorlogsgoden-erediensten af te komen
en de voorouderlijke vrede te herstellen, waarin mensen immers alleen maar
kunnen gedijen. Zoroaster, zoals Zarathustra’s vergriekste naam luidde, heeft
het zelf niet meer mogen meemaken, maar hij bleek de stichter van de eerste monotheïstische
godsdienst.
Die eerste godsdienst[6]
(de verering van Zarathustra’s Ene Ware God) was helemaal geen slechte.
Voor Zarathustra was zijn God Ahura Mazda veel te allesoverstijgend dat die
omkoopbaar zou zijn met offers. De enige manier om Hem te dienen was door een goed
schepsel van Hem te zijn. Zarathustra’s
enige leefregel was dan ook: heb goede gedachten, spreek goede woorden, doe
goede daden.
Het zoroastrisme zoals het in de loop van
vele eeuwen door zoroastrische priesters uit Zarathustra’s heilige zangen was
ontwikkeld, werd staatsgodsdienst in de contreien van het huidige Iran, totdat
de Islam daar heersend werd. Het was opvallend dat de Perzische heersers zich
onderscheidden van al hun onmenselijke voorgangers en van die na hen kwamen in
hun medemenselijkheid. Het zoroastrisme overleefde in de randgebieden
van Iran, maar vooral in India (de Parsi), en vandaag groeit het ook in de USA.
Omdat het de enige mensvriendelijke vorm van monotheïsme is, verdient het nog
wat toekomst.
Het zoroastrisme ontwikkelde een aantal
elementen die door latere godsdienstvormgevers, met name de judaïsten,
zijn overgenomen
1.
het
geloof in een Ene Ware God (EWG), aangeduid als Ahura (HERE)
2.
het
niet afbeelden van die EWG
3.
het
geloof in een God van het kwade: een duivel (‘Satan’)
4.
het geloof
in engelen
5.
het
geloof in een hiernamaals, met een eeuwig voortleven van de ziel in een
paradijs
6.
het
geloof in een laatste oordeel
7.
het
geloof in een hel, voor de slechterikken
8.
het
geloof in de overwinning van het goede over het slechte
9.
een
bindende morele en ethische code, strikte reinheidsvoorschriften
10. het geloof in de terugkeer op
aarde van een Messias (Verlosser-figuur)
De joodse stammenreligies hadden deze EWG-elementen
nooit gekend; het zoroastrisme was hierin echt trendsettend.
Het judaïsme (het deuteronomistische
monotheïsme) heeft in Babylon zijn uiteindelijke vorm gekregen. Het zoroastrisme
genoot daar filosofisch/theologisch het meeste prestige en dus ligt een
vormgeving á la zoroastrisme van het judaïsme voor de hand.
Helaas (want het judaïsme ligt ten grondslag
aan zowel het christendom als aan de islam) lag aan de stichting
ervan het genereren van geld en macht voor de Tempel ten grondslag, en
niet, zoals bij het zoroastrisme, het streven naar persoonlijke
vervolmaking. De deuteronomisten[7]
hebben van dat aardige zoroastristische monotheïsme een aantal
geloofspunten overgenomen voor de vormgeving van hun religie, maar er vier
kwalijke nieuwe elementen aan toegevoegd:
11. het onverdraagzame t.o.v.
andere geloven
12. de uitverkiezingswaan: van het
enige door God uitverkoren volk te zijn
13. het collectivistische,
mensonvriendelijke (het individu telt niet en moet zich opofferen aan de
zaak van de EWG; kreeg voor het eerst gestalte bij de opstand der Makkabeeën
tegen Antiochus IV: een soort ‘talibaan’)
14. de vrouwvijandigheid.
Waarom dat laatste? Dat heb ik al een beetje
aangegeven toen ik het over de Grote Moeder had en ik leg ik breder uit in mijn
tekst “Bestaat God? ” te vinden op www.mens2000.nl,
maar hier dan even in ’t kort.
Het dagelijkse brood is wezenlijk. Komt van
landbouw. Landbouwopbrengst-magie, door te offeren aan belangrijke
vruchtbaarheidsgodinnen en –goden, was dus even wezenlijk. Landbouw zowel als
de vereiste landbouwmagie was van oorsprong en nog steeds voornamelijk vrouwenwerk[8].
Dat gaat dus niet meevallen als je de (vooral vrouwelijke) vruchtbaarheidsgoden
wil verbieden en er je EWG voor in de plaats wil opleggen. Vandaar dus die
rabiate patriarchale verkettering en demonisering van alle vrouwelijke invloed
op de religie en het verdrijven van de vrouw uit alle machtsposities in
de religie.
Het ijzeren tijdperk – dus ook het er op
volgende OMSLAG-tijdperk[9]
– begon in de verschillende culturen op verschillende tijden. Bij de Hittieten
begon het al 1500 vC, terwijl het bij de Kelten pas rond 600 vC begon. En zo
was het ook met het vervangen van het (samenleving- en economie-fragmenterende)
veelgodendom door een EWG-ideologie.
De Romeinen waren er pas in de keizertijd aan toe,
in de vorm van de keizerverering (wat de Japanners tot in onze[10]
dagen gekend hebben). Tot in 325 nC keizer Constantijn één der christelijke sekten, de episcopale kerk, tot
staatsgodsdienst verhief. Het heeft het Romeinse rijk niet voor de ondergang
kunnen behoeden.
De Arabieren hebben door
Mohammed als laatsten een Arabische variant van het judaïsme tot
staatsgodsdienst omhelst. Een typisch op macht, op gebiedsuitbreiding
gebaseerd monotheïsme, verpletterend mensonvriendelijk en collectivistisch.
We moeten het
monotheïsme dus in zijn historisch-economisch verband zien. Het is een
eenheidsscheppend geloof in een situatie dat stammenoorlogen de handel en de
economische ontwikkeling lamleggen. In die diep-religieuze tijden had het gewoon
functie. Het monotheïsme is onlosmakelijk verbonden met een autoritaire
klassenmaatschappij.
Een vrije markt is onlosmakelijk verbonden met democratie. Ze
heeft vrije consumenten nodig, en kan dus niets aanvangen met monotheïsme.
Vandaar dat waar de vrije markt
heerst, de kerken vanzelf leeglopen: mensen richten hun denken gevoelsmatig in
conform de heersende economie. It’s
the economy, stupid!
Heel belangrijk is dat
we nu het verschil kunnen zien tussen onze aangeboren religieuze gevoelens (die alles met dansen/zingen,
muziek, saamhorigheidsgevoel en schoonheidsbeleving te maken hebben) en het
Godgeloof (de EWG is een ‘recente’ patriarchale uitvinding). Wanneer je dat
verschil niet ziet in je betoog over religie, wordt het steevast een rommeltje.
Mijn ‘godtekst’ met de vragende titel “Bestaat God?”[11]
begint dan ook met als antwoord: ligt er aan wat je bedoelt. Bedoel je de EWG?
Dan is het antwoord klip en klaar ‘nee’: de EWG is immers een aanwijsbare uitvinding
waarvan we weten waar, wanneer, door wie en waarom Hij is uitgevonden. Maar als
je meent ‘dat er toch IETS moet zijn’, dan bestaat Hij wel. Ik bedoel: dat gevoel is reëel, dat slaat
ergens op. Het hoort bij ons menszijn. Het komt voort uit het feit dat onze
allervroegste voorouders talige wezens geworden zijn.
De vrije
markt begon al een beetje bij de oude Grieken: in hun despotie-vrije, min
of meer democratische stadstaten. De Grieken hebben nimmer een vorm van
monotheïsme omhelst. De vrije markt heeft er voor het eerst haar
zegenrijke sporen achtergelaten, in opbloei van filosofie,
wetenschapsbeoefening zoals geneeskunde en wiskunde, architectuur en allerhande
kunsten.
De
despotie kreeg al snel weer de overhand, en de cultuur werd door de Romeinen
overgenomen, verrijkt en verbreid. Tot de cultuur gesmoord werd door het
christelijke en islamitische monotheïsme, met alle terugval in achterlijkheid
van dien. Monotheïsme gaat altijd samen met achterlijkheid en onderdrukking. De
vrije markt met opbloei en democratie. De kunst is om de markt vrij
en dus democratisch te hóuden.
In
West-Europa heeft het monotheïsme zich niet echt tot staatsgodsdienst kunnen
ontwikkelen, vanwege de machtsstrijd tussen kerk, keizer en het feodale
vorstendom. Daardoor heeft de koopliedenklasse de kans gekregen om geleidelijk
dan wel via klassenstrijd de economische macht van de landadel en de kloosters
over te nemen.
Daar
hadden de westerse mensen mooi geluk mee. Onder Verlichte despoten of in landen
met een tamelijk machtige koopliedenstand kreeg het vrije denken vaste voet. In
de Nederlanden, in het Pruisen van Frederik de Grote en in Engeland is de
Verlichting van de mensheid begonnen. In Frankrijk begon met Rousseau de
reactie daarop, het collectivistische denken dat vooral door Hegel de
filosofie ging beheersen en tot de seculiere Grote Verhalen van communisme,
fascisme en nationalisme verleidde[12].
De
doorbraak van de vrije markt, door middel van het nieuwe massamedium televisie
vooral, heeft met haar wezenlijk democratische tendens de grond onder de Grote
Verhalen weggeslagen. De consument laat zich niets meer gezeggen. Ik heb
vertrouwen dat de vrije markt niet meer stuk kan.
het WRR-rapport
Nogmaals,
de Grote Verhalen van monotheïsme, communisme en fascisme en de nationalistische
varianten parasiteren op de religieuze gevoelens die in de mens leven,
en op de behoefte aan een basisverhaal waarin men zich geworteld kan voelen.
Gevoelens die hun oorsprong hebben in de Scheppingsverhalen die vanaf 2 mjg
door de HE’s zijn ontwikkeld om greep te krijgen en te houden op hun
woordenwereld, zoals ik in DEEL II heb laten zien.
De consumenten
van de vrije markt zijn de eerste mensen in de geschiedenis van
vijfduizend jaar klassensamenleving bij wie de Grote Verhalen met bijbehorende
geestesdwang verdampt zijn. Maar door de ‘domheid’ van de filosofie komen ze nu
helemaal zonder IETS te zitten. Er heerst helemaal géén basisverhaal. Hun
samenleven mist nu richting en doel. Hun samenleving, dus ook hun individuele
leven, mist ZIN .
Dat ze
niet totaal verdwaasd en radeloos door elkaar aan het lopen zijn komt enerzijds
doordat er nog steeds een behoorlijk segment aan christelijk-sociaal kapitaal
bestaat – zoals het WRR-rapport laat zien – en anderzijds doordat ook de vrije
markt-economie, behalve dat ze behoorlijk wat zoethouders in de aanbieding
heeft, ook een gevoel van gezamenlijk consument-zijn en herkenbaarheid schept.
Een gevoel van verbondenheid, behalve door haar uniformerende televisie-aanbod,
ook door de uniforme supermarkten en andere gemeenschapsvoorzieningen, waar
uniforme rustgevende popmuziek klinkt, in uniforme gemeenten met uniforme
huizen, waarin ge-‘uniformeerde’ mensen toch proberen speciaal en uniek te
zijn.
Dat dit
niet genoeg is om de aangeboren religieuze gevoelens van de consumenten
inzake hun gemeenschapszin en de zin van hun leven te bevredigen blijkt door
het vertwijfeld vasthouden van velen aan de oude invulling van het monotheïsme,
maar ook uit het ietsisme, de doe-het-zelf-invulling van een gestaag
groeiend aantal overigen. Blijkt ook uit de ontworteling waaraan onze jongeren
zich steeds meer ten prooi gaan voelen. En uit de verloedering van steeds meer
lieden die bij het ‘grote geld’ kunnen (door het wegvallen van een gedeeld
basisverhaal als feed back van hun geweten).
Over
“Geloven in het publieke domein” gaat de op 19 dec.’06 in Trouw verschenen
bespreking van het onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (WRR).
Het
rapport biedt om te beginnen een handige indeling in de Nederlandse bevolking.
1.
christenen 2. ongebonden wél-gelovigen 3. niet-gelovige humanisten 4. niet-gelovige nauwelijks-humanisten 5. moslims
6. buitenstaanders. (Het is mijn volgorde en omschrijving.)
Ik zet de
christenen op 1 omdat ze veel doen aan vrijwilligerswerk, zowel binnen als
buiten de kerk, uit naastenliefde. Ze geven ook het meest aan goede doelen. Ze
zijn de dikste steunpilaar onder het leefbaar houden van ons landje. Ze vormen
een kwart van de bevolking. Nóg: ze zijn tot uitsterven gedoemd[13].
Groep 2
zijn de ietsisten en de New Agers. Ze geloven in reïncarnatie en aan het
Hogere, doen aan wellness, aan yoga en aan meditatie. De groep bestaat
voor een meerderheid uit vrouwen. De groep is al iets groter dan groep 1.
Samen
maken de gelovigen de krappe meerderheid van de bevolking uit. Die nog
ruimer wordt als je er het smalle segmentje moslims (5.) bij telt.
De
kleinere tweede helft bestaat uit:
een het
dikste segment 6 de ‘buitenstaanders’ – bespreek ik dadelijk apart - en de iets
minder maar toch grote segmenten 4 (bestaat vooral uit mannelijke
CDA/VVD-stemmers, denk ik) en 3 de humanisten waar ik zelf toe hoor en die
vooral Groen-Links of D66 stemmen (ik ben Groen-Links-er, weet je dat ook
weer).
Groep 6
zijn dus de buitenstaanders. Ze vormen 1/5 van de bevolking. Die geloven
nergens in, zelfs niet in elkaar. Ze wantrouwen de buitenlanders en de
regering. Ze zijn ontevreden en nukkig, kijken Talpa en SBS, en áls ze al
stemmen was dat Pim Fortuyn en is dat nu Donkers en vooral Wilders. Ze wonen in
de slechtste wijken, zijn het vaakst werkloos en crimineel. Toch scoren ze niet
slecht op het geven aan goede doelen, want al hebben ze een kort lontje, ze
hebben ook een klein hartje. Want we zijn allemaal menen, dus van nature aardig.
Voor mij zijn het de zorgenkinderen van onze samenleving (laat ze het niet
horen anders komen ze mijn kleine huisje wel even verbouwen[14]).
Ze zijn
dat ook van de WRR. Want ze vormen een groeiend reservoir voor populisten als
Wilders, gewetenloze maar welgebekte lieden die bestaande tegenstellingen ten
eigen machtsvorming uitbuiten.
“We
hebben gemeenschappelijke binding nodig”, concludeerde de WRR-woordvoerder Van
de Donk. Die zou het gloeiend eens moeten zijn met dit IDEE – maar helaas is
het een CDA-er.
De
WRR-mensen vinden dat de overheid (door hen “de leidende kaste” genoemd) in
deze meer zorg aan de dag moet leggen, en “ook op levensbeschouwelijk terrein
mensen moet inspireren”. Veelbetekenend is dat de WRR-mensen niet meteen aan
onze filosofen en humanisten[15]
denken! Voor hen vormen die duidelijk geen categorie die meetelt in het denken over zingeving!
“Aandacht
voor zingeving is nodig, dat is zeker.” vervolgen de WRR-mensen. Nou, dan komen
ze bij de humanosofen terecht … zodra we een categorie zijn die aan de weg timmert:
doe mee – doe mee.
het basisverhaal als UNESCO-project
Een
samenleving kan alleen functioneren als erin een verhaal heerst dat doel, zin
en richting ervan aangeeft. Dat we een consistent en door zoveel mogelijk wetenschap
ondersteund alternatief voor het niet langer functionerende oude christelijke
basisverhaal kúnnen maken, laat het in Deel II geschetste al vermoeden. Maar
hoe krijgt een nieuw basisverhaal als alternatief voor het monotheïstische
ingang? In een vrije markt-samenleving laat niemand zich nog iets opleggen.
Inderdaad,
en dat is maar goed ook. Maar het beoogde basisverhaal hoéft ook helemaal niet
aan wie dan ook opgelegd te worden. Piercings en tattoo’s zijn ook aan niemand
opgelegd en zijn toch ‘in’ geraakt. Voor het nieuwe basisverhaal ligt eenzelfde
weg in het verschiet: als het een UNESCO-project wordt. De Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens
steunt immers al op het universele menszijn van iedere mens?
Deze
grondslag staat er overigens zeer omfloerst in: in de enige in 1948 politiek
haalbare formulering[16].
De uitwerking van het begrip ‘menszijn’ was toen al helemaal ondenkbaar. Niet
alleen politiek, maar ook de wetenschappen van toen waren nog niet in staat om
er een goed verhaal over te brengen.
Vandaag
echter staan de bouwstenen ervoor in ordelijke stapels te wachten voor wie er
maar mee aan het bouwen wil gaan. Zie Deel II, zou ik zeggen.
Welnu, de
mensheid en haar voortbestaan zou zeer gediend zijn met het volgende project
van de UNESCO:
De UNESCO
maakt het voornemen bekend dat ze nu eindelijk, na 62 jaar, het menszijn van
iedere mens, zijnde haar grondslag, zo wetenschappelijk mogelijk laat uitwerken
door een team van vijf wetenschapsschrijvers.
Ze laat
een statuut opstellen dat het team moet vrijwaren van elke politieke
beïnvloeding.
Op de
handhaving van het statuut moet een onafhankelijke stuurgroep toezien.
Ze nodigt
de hele wetenschappelijke wereld uit om daar mensen voor te nomineren.
De
stuurgroep toetst de genomineerden op de in het statuut omschreven voorwaarden.
Op een
congres kiezen de genomineerden een vijftal uit hun midden.
Het team
krijgt de opdracht om binnen een jaar een rompverhaal uit te brengen.
Dat wordt
gepubliceerd en de hele wetenschappelijke wereld wordt uitgenodigd om er zijn
pijlen op af te schieten.
Met de
ingekomen commentaren gaat het team nu aan het werk om na drie jaar uit te
komen met het ‘voorlopig-definitieve mensenverhaal’.
Waarna
wederom de commentaren uit de wetenschappelijke wereld worden ingewacht, voor
het uitbrengen, weer na drie jaar, van de bijgewerkte tweede
‘voorlopig-definitieve’ versie.
En zo
dient dat ‘eeuwig’ door te gaan. Want wat is waarheid? Waarheid is de ‘waan van
de dag’ waar alles wat we aan wetenschappelijk inzicht in huis hebben, bij in
het werk is gesteld.
Maar de
wetenschappen gaan maar door, dus de waarheid blijft altijd onderweg, naar een
steeds verschuivende einder. Dit is de enige betrouwbare waarheid welke voor de
mensheid is weggelegd.
Ja,
prachtig allemaal. Maar ... hoe breng je deze waarheid omtrent de mens en zijn
natuur nou aan de vrouw/man?
O, dat is
simpel.
Alleen al
het bekend worden van het voornemen zal weerstand oproepen bij tegenstanders ervan
(met name Vaticaan en moslimorganisaties), een beroering die ieders
belangstelling wekt. De UNESCO blijft daar laconiek onder: niemands geloof
wordt een strobreed in de weg gelegd. Er wordt alleen aan een tekortkoming in
de Universele Verklaring, namelijk haar iele grondslag, gesleuteld nu daar de
wetenschappelijke werktuigen voor beschikbaar zijn.
Elke
volgende stap: de nominatie, de verkiezing van het team, etc. wordt in alle media breed uitgemeten en er
worden paneldiscussies en essays aan gewijd. Een gedoseerd opgebouwde spanning
waar die van Fitna bij verbleekt: de mensen krijgen het gevoel dat er
eindelijk aan iets gewerkt wordt waar ze onbewust al heel lang op aan het
wachten waren.
Alleen
het rompverhaal wordt al een bestseller, in alle talen vertaald. Het project
betaalt zichzelf. Hetzelfde geldt voor het ‘voorlopig-definitieve
mensenverhaal’.
Het
project zal grote impact hebben op onderwijsinhouden en op de filosofie.
Niemand zal voortaan om dit basisverhaal heen kunnen: het komt volstrekt democratisch
tot stand en alles wat we aan relevante wetenschappelijke kennis in huis
hebben, komt er aan te pas. Karl Popper verkneukelt zich al in zijn graf.
Zowel
onze democratie als onze jongeren verdienen dit project en als het er eenmaal
is, zullen we ons afvragen waarom het in godsnaam toch zo lang heeft moeten
uitblijven.
Teken het gastenboek: http://www.mens2000.nl/gastenboek
graag
reacties op weblog http://weblog.humanosofie.nl
of: fcouwenb@mens2000.nl
[1] niemand laat zich zijn
geloof afpakken; wanneer dat geprobeerd wordt, ge je je alleen maar
halsstarriger aan dat geloof vastklampen; geloof is als een warme jas: die hou
je stevig om je heen wanneer iemand er aan trekt; maar hij kan je wel te warm
worden en dan trek je hem vanzelf uit
[2] kijk maar naar het christendom in het Stalinistische Rusland
[3] deze ‘kreet’ stamt van
campagnestrateeg Carville van de succesvolle verkiezing van Bill Clinton in
1992
[4] bijvoorbeeld de explosie van de Toba-vulkaan op Sumatra 74.000
jg; deze catastrofe veroorzaakte een zes jaar durende vulkanische winter, met
een enorme uitsterving als gevolg; de paleo’s schatten dat de toenmalige
mensheid (NT’s in Europa, AMM’s in Afrika ) samen de 10.000 individuen niet
zullen hebben overstegen; daar zijn vele ‘Toba’s’ aan voorafgegaan en de
volgende (Yellowstone Park?) kan zich elk ogenblik voordoen, we leven in
geleende tijd – no worry, be happy
[5] het idee van ‘offers’ om een
geest of God gunstig te stemmen is voortgekomen uit de gewoonte van de vrouwen
in de begintijd van de landbouw; uit dankbaarheid aan Moeder Aarde na een rijke
oogst van een voedselgewas op een bepaalde vindplaats zochten ze de mooiste
graankorrels of peulen uit om terug te geven aan die Gulle Geefster; en die
beloonde hen door weer nóg meer en mooiere peulen en granen te laten groeien op
die plek
[6] hou het verschil tussen het religieuze
gevoel waarmee we geboren worden
omdat het al 2 miljoen jaar oud is, enerzijds,
en
anderzijds godsdienst, dat pas zo’n tweeduizend jaar oud is en waarin we
geïndoctrineerd worden van jongs af en die ‘parasiteert’ op onze aangeboren
religieuze gevoel, goed in de gaten!
[7] het bijbelboek Deuteronomium, dat door Chilkia was geschreven en
in 622 vC ‘bij toeval’ was gevonden,
bevatte als eerste de EWG-ideologie volgens welke in Babylon de overige
bijbelboeken zoveel mogelijk zijn geredigeerd; --- en denk er om: Genesis , het eerste boek van de Thora (de
eerste vijf bijbelboeken) is als laatste geschreven; natuurlijk vooraan
geplaatst: zo zie je hoe fundamenteel een Ontstaansverhaal is voor een IDEE!
[8] denk aan de rijstteelt in
Indonesië, ik noem maar wat
[9] door Karl Jaspers de Achse
der Weltgeschichte genoemd, oftewel de Spiltijd; Karen Armstrong spreekt
over de tijd van de Grote Transformatie, het begin van onze religieuze
traditie. (De Bezige Bij, 2005)
[10] nou ja, míjn dagen dan
[11] te vinden op www.mens2000.nl
[12] mensen die communisme en
fascisme als producten van de Verlichting aanmerken, zijn dus niet goed wijs
[13] dat klinkt hard en het stemt
me melancholiek; maar de vrije markt kan er echt niets mee
[14] hebben ze trouwens al gedaan, tot mijn innige tevredenheid
[15] over het humanisme zeggen ze
wel wat: “De gedachte was: het humanisme verdringt het christendom. Maar de
ontkerkelijking bracht geen stormachtige groei van het humanisme met zich mee.”
Voor mij is daarvan de oorzaak duidelijk: de humanistiekers hebben zich door de
vergissing van Lyotard laten weerhouden van het werken aan het alternatieve en
Westerse Scheppingsverhaal als grondslag van het alternatieve geloof: in de
mensheid
[16] in de preambule: “de
waardigheid van iedere mens is inherent”